Nieuw: Reserveer Een Massage

Alternatieve Cursussen


11-12-2013  Chi Nei Tsang ( Taoistisc..
06-12-2013  Chinese Lage rug
08-11-2013  Cupping
06-09-2013  GUASHA
19-06-2013  Thaise Fysio

Fysiologie (Snellenberg) myologie (leer der spieren)


Er zijn 3 groepen spieren:

1) gladde spieren=zijn onwillekeurig(kun je dus niet zelf regelen)
langgerekte vezels met veel bindweelsel eromheen.
peristaltiek=contracties zijn ritmisch van aard

LIGGING;in de holtes vh lichaam en in de wanden vd bloedvaten

2) hartspier=dwarsgestreept spierweefsel met dezelfde bouw als
skeletspieren.
staat niet oiv onze wil en is goed voorzien v bloedvaten

3) dwarsgestreept spierweefsel=skeletspieren die met peesuiteinden ah
bot vastzitten muv mimische spieren
(gelaatspieren=zitten ook ad huid vast)

Bouw van een skeletspier


Bestaat uit ;bindweefsel plus duizenden contractiele spiervezels zgn
(spiercellen)
spiervezels bevatten(bloed,lymfevaten en zenuwvezels)
deze zenuwvezels zorgen voor contractie en aanpassing vd
bewegingen(proprioceptie=sensorische deel)

bindweefsellagen vormen de stevigheid en de uiteinden v deze
lagen vormen de pezen die elk in een botstuk vastzitten

proximaal=origo(meer naar boven)
distaal =insertie(beneden) aanhechtingen vd pezen(wordt geleidelijk
van vezelig bindw-vezelig kraakbeen-
beenweefsel)

BELANGRIJK!!!!!opbouwvolgorde van een spier

1) Elke spier is omgeven door een(SPIERFACIE=epimysium)
spierfacie=stevig bindweefselvlies dat spier vorm geeft
en voorziet van glijlaag.

2) Binnen in de spier vindt men bundels spiercellen(fasciculi)
die omgeven zijn door dun bindweefselvlies(perimysium)
deze bundels bevatten de eigenlijke spiercellen

3) Om de spiercel of vezel zit ook een bindweefselvliesje
(endomysium)
endomysium=daarin zit het spiervezelmembraan(sarcolemma)
en in de spiercel zit het celvocht(sarcoplasma)

4) Sarcoplasma=daarin bevindt zich (myoglobine)(eiwit)
(glycogeen )
(atp )
(myofibrillen=kabelvormige structuren)

5) myofibrillen=zijn het contractiele gedeelte vd
spiervezels(vertonen een dwarsstreping met
lichte en donkere structuren naast elkaar.

6) Deze structuren bevatten twee eiwitfilamenten
a)actine (dunne filamenten)
b)myosine(dikke filamenten)

Sarcomeer=kleinste eenheid v een contractie en bevindt zich tussen twee
membranen(bij contractie wordt de actine tussen myosine getrokken)
Deze verkorting wordt mogelijk gemaakt door splitsing ATP

ATP =benodigde energie en zenuwimpulsen om contractie op gang te
brengen

De doorbloeding vh spierweefsel wordt geregeld door (vasodilatatie)
(vasoconstrictie)
1)zuurstofrijk en energierijk bloed via ARTERIEN
2)afvoer v afvalproducten CO2 via VENEN

TONUS (regulatie)


Kan zowel willekeurig als onwillekeurig geregeld worden

willekeurig;via centrale zenuwstelsel wordt prikkel geleid tot motorische
eindplaatjes waardoor contractie ontstaat.

onwillekeurig;wordt reflectoir geregeld oiv PROPRIOCEPTOREN
(sensoren die in spieren,pezen en kapsel liggen)

spierspoelen=rekgevoelige sensoren die reageren op veranderingen in de spier

myotatische reflex=directe reflex die spanning aanpast in andere spieren
na het maken van een beweging!!!!!!!!

golgi peeslichaampjes=proprioceptoren id pezen die beschermen tegen te
hoge aanspanning

hypertonie=te hoge spierspanning(wordt onwillekerig teveel geprikkeld)
(kan leiden tot ATROFIE=voedingsstoornis id spier)

hypotonie =te lage spierspanning(oorzaak blessure)

SNELLE / LANGZAME SPIEREN (skeletspieren)


We onderscheiden twee groepen

TYPE 1 vezels (rode spiervezels met lange contractietijd en met geringe
kracht,de zgn ; slow twitch fibres; rode kleur komt door
MYOGLOBINE en kan net als HEMOGLOBINE makkelijk zuurstof
binden. (HOUDINGSFUNCTIE)
Ze bevatten meer MYTOCHONDRIEN dan witte spiervezels
waardoor voortdurend ATP=energie aangevuld kan worden)

TYPE11 vezels (witte spiervezels met kortere contractietijd en grotere
contractiekracht de zgn;fast twitch fibres;
ze hebben minder myoglobine en geringere doorbloeding dan
TYPE 1 vezels,
Er is veel energie (ATP en CREATINEFOSFAAT) aanwezig die
snel kan worden vrijgemaakt(ATPase)

TYPE 11A (hebben meer eigenschappen van TYPE 1 vezels, hebben iets meer
myoglobine dan TYPE 11 vezels, dus contracties zijn iets
langzamer maar zijn minder snel vermoeid en beter doorbloed.

TYPE 11B (zijn slecht doorbloed en hebben daardoor een anaerobe
energie levering.Bevat veel ATP en CREATINEFOSFAAT in de
spiercellen die zeer snel gemobiliseerd worden
De prikkeldrempel van deze spiercellen is zeer hoog.
Wordt vooral gebruikt bij explosieve sporten

DE THEORIE V JANDA


Disbalans tussen posturale(tonische=houding)spieren en fasiche(beweging)
spieren

INDELING BOUW EN VORM V SPIEREN


1)spoelvormige spier(komt meest voor bij extremiteitsspieren,vezels liggen
in bundels naast elkaar.
spoelv spieren met 2,3,4 spierbuiken en evenzoveel
origo,s en inserties zijn bijv m.biceps
m.triceps
m.quadriceps

2)gevederde spier=(enkel gevederd als spierbundels in een vlak liggen)
UNIPENNAAT
dubbel gevederde(BIPENNAAT)=Hebben twee spierbundels elk aan een kant
van de aanhechting en lopen naar een
gemeenschappelijke pees
MULTIPENNATE spier=heeft een waaiervormig uiterlijk met een kleine
insertie uitwaaierend naar een brede origo
(m.deltoideus)

EEn spier met een getand uiterlijk is de m.serratus

Tevens zijn er spieren met twee of meer spierbuiken(m.rectus abdominus)

AGONISTEN=(spieren waardoor een bepaalde beweging in de hoofdzaak ontstaat)
==========
SYNERGISTEN=(dezelfde beweging als agonisten en deze zelfs kunnen vervangen)
============
ANTAGONISTEN=(spieren die tov agonist beweging maken in tegengestelde richt)
=============
FIXATOREN of STABILISATIESPIEREN=(nemen zelf niet deel maar stabiliseren)
===


NEUTRALISATIESPIEREN = (sturen agonisten in juiste richting)


VOORBEELD=bij buigen werkt de buigspier als AGONIST en strekker als
ANTAGONIST
bij strekken is de strekker de AGONIST en de buiger als
ANTAGONIST

MONO- ARTICULAIRE SPIEREN=(spieren die over 1 gewricht lopen)
BI - ;;;;;;;;;;; ;;;;;;;=(lopen over 2 gewrichten bijv m.rectus femoris
hamstrings,m.biceps en m.triceps brachi)
poly- ;;;;;;;;;;; ;;;;;;;=(lopen over meerdere gewrichten bijv vingerbuigers
en strekkers)

Soorten contracties


Statische of isometrische contractie=(er is geen lengteverandering vd spier
handhaven vd stabiliteit vd gewrichten
!!!!!!!!!!!!!(bijv een pot groente niet openkrijgen)
(slechte doorbloeding,snel moe)
Dynamische contractie=(vindt beweging plaats met varierende spanning)

Concentrische contractie=(positieve arbeid,Origo en insertie worden naar
elkaar toegebracht dwz spier verkort)

excentrische contractie =(negatieve arbeid,Origo en insertie gaan uit
elkaar dwz spier wordt langer bijv opdrukken
tegen de zwaartekracht in)

HYPERTROFIE=(bij spierversterkende oefeningen nemen massa van spiervezels
en het aantal myofibrillen toe
ATROFIE =(afname vh aantal spiervezels en afname v hoeveelheid eiwitten
in de myofibrillen)

METEN VAN DE SPIERKRACHT


FORMULE=(LAST*LASTARM=KRACHT*KRACHTARM)

Bij het berekenen van deze formule moeten we 3 soorten hefbomen kennen

1)S=steunpunt
2)L=lastpunt (bijv;buiging vd arm is elleboog=steunpunt
3)K=krachtpunt m.biceps=krachtpunt
hand =lastpunt
3)K=krachtpunt